Beleidsdekkingsgraad bedraagt 113,9 procent

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gedaald
De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in juni 2015 gedaald naar 113,9 procent ten opzichte van eind mei toen de beleidsdekkingsgraad 114,3 procent bedroeg.
 
In het vervolg van dit bericht leest u wat de oorzaken zijn van de wijziging in de onderliggende dekkingsgraad, welke de basis vormt voor de beleidsdekkingsgraad.
 
Dekkingsgraad is gestegen
De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in juni 2015 gestegen naar 114,2 procent ten opzichte van eind mei toen de dekkingsgraad 113,5 procent bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind juni lager ligt dan een jaar geleden, heeft dit een daling van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad. 
 
De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De stijging van de dekkingsgraad komt voort uit een daling van de verplichtingen met 5,9 procent, waar een daling van het beschikbaar vermogen met 5,3 procent tegenover staat. 
 
Beschikbaar vermogen neemt af
De ontwikkeling van het beschikbare vermogen is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. Het fonds behaalde in juni een negatief beleggingsresultaat. Dat had een negatief effect op het vermogen van circa 2,4 procentpunt. Renteswaps zijn in waarde gedaald met 3,1 procentpunt. Overige oorzaken hebben geleid tot een stijging van het vermogen met circa 0,2 procent. 
 
Verplichtingen nemen af
De verplichtingen zijn met 5,9 procent gedaald. De ontwikkeling van de verplichtingen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de ontwikkeling van de rente. De renteontwikkeling in juni heeft geleid tot een daling van de verplichtingen met circa 6,2 procent. Overige oorzaken hebben geleid tot een stijging van de verplichtingen met circa 0,3 procent.
 
Dekkingsgraad flink beïnvloed door de Ultimate Forward Rate (UFR) 
Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. 
 
Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.
 
N.B. Vanaf juli 2015 stelt De Nederlandsche Bank de UFR op een andere manier vast om rekening te houden met het feit dat de rente al langere tijd relatief laag staat. Per eind juli 2015 zal de gewijzigde UFR voor het eerst worden gebruikt bij het berekenen van de dekkingsgraad. Naar verwachting heeft dit een daling van de dekkingsgraad tot gevolg van circa 2,7 procentpunt. De daling van de dekkingsgraad zal geleidelijk terugkomen in de beleidsdekkingsgraad. Pas per eind juni 2016 zal bij alle 12 onderliggende dekkingsgraden gerekend zijn met de gewijzigde UFR en is het volledige effect zichtbaar in de beleidsdekkingsgraad.

17-07-2015