Beleidsdekkingsgraad PPF APG bedraagt 113,4 procent

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gedaald
De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in juli 2015 gedaald naar 113,4 procent ten opzichte van eind juni toen de beleidsdekkingsgraad 114,0 procent bedroeg. Eerder is per eind juni een beleidsdekkingsgraad van 113,9% gecommuniceerd, maar naar aanleiding van de definitieve kwartaalcijfers is deze bijgesteld naar 114,0%.
 
In het vervolg van dit bericht leest u wat de oorzaken zijn van de wijziging in de onderliggende dekkingsgraad, welke de basis vormt voor de beleidsdekkingsgraad.  
 
Dekkingsgraad is gedaald
De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in juli 2015 gedaald naar 110,2 procent ten opzichte van eind juni toen de dekkingsgraad 114,2 procent bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind juli lager ligt dan een jaar geleden, heeft dit een daling van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad.
 
De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De daling van de dekkingsgraad komt voort uit een stijging van de verplichtingen met 5,9 procent, waar een stijging van het beschikbaar vermogen met 2,2 procent tegenover staat.
 
De daling van de dekkingsgraad wordt voor 2,9%-punt veroorzaakt door de wijziging van de UFR-methodiek. Medio juli heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar. Per einde juli  is de UFR gelijk aan 3,25%.
 
Vermogen neemt toe
De ontwikkeling van het beschikbare vermogen is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. Het fonds behaalde in juli een positief beleggingsresultaat. Dat had een positief effect op het vermogen van circa 0,5 procentpunt. Renteswaps zijn in waarde gestegen met 1,7 procentpunt. Overige oorzaken hebben op totaal niveau een minimaal effect gehad op het vermogen.
 
Verplichtingen nemen toe
De verplichtingen zijn met 5,9 procent gestegen. De ontwikkeling van de verplichtingen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de ontwikkeling van de rente. De renteontwikkeling in juli heeft geleid tot een stijging van de verplichtingen met circa 5,9 procent. Het rente effect wordt deze maand beïnvloed door twee factoren. Als eerste heeft de daling van de marktrente geleid tot een stijging van de verplichtingen van circa 3,3 procent. Daarnaast is per einde juli 2015 de methodiek rondom de UFR aangepast. De aanpassing van de UFR heeft geleid tot een stijging van de verplichtingen met circa 2,7 procent. De overige oorzaken hebben op totaal niveau een minimaal effect.
 
Dekkingsgraad flink beïnvloed door de Ultimate Forward Rate (UFR)
Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. Medio juli heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar. Per einde juli  is de UFR gelijk aan 3,25%.
 
Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.

19-08-2015