Beleidsdekkingsgraad PPF APG bedraagt 101,7%

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gedaald

De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in november 2016 gedaald naar 101,7% ten opzichte van eind oktober toen de beleidsdekkingsgraad 101,9% bedroeg.

Bestuursvoorzitter Alwin Oerlemans: “Wij vinden een stabiel en koopkrachtbestendig pensioen belangrijk. In 2016 is de beleidsdekkingsgraad van het fonds gedaald mede als gevolg van lage renteniveaus, hetgeen een zorgelijke ontwikkeling is. De laatste twee maanden zien we een kentering: de maanddekkingsgraad in november bedraagt 105,5%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde over de afgelopen 12 maanden en ligt lager op 101,7%. Bij deze lage dekkingsgraad zal van indexering geen sprake kunnen zijn. Het korten van pensioenaanspraken is bij de huidige beleidsdekkingsgraad niet aan de orde.”

In het vervolg van dit bericht leest u wat de oorzaken zijn van de wijziging in de onderliggende dekkingsgraad, welke de basis vormt voor de beleidsdekkingsgraad.

15-12-2016

De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in november 2016 gestegen naar 105,5% ten opzichte van eind oktober toen de dekkingsgraad 103,0% bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind november lager ligt dan de dekkingsgraad eind november 2015, heeft dit een daling van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad.

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De stijging van de dekkingsgraad komt door de daling van de verplichtingen met 3,1% en de daling van het beschikbaar vermogen met 0,7%.

Het beschikbaar vermogen is met 0,7% gedaald. De ontwikkeling van het beschikbaar vermogen is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. Het fonds behaalde in november een positief beleggingsresultaat. Dat had een positief effect op het vermogen van circa 0,1%. De waarde van renteswaps is gedaald met 0,8%.

De verplichtingen zijn met 3,1% gedaald. De ontwikkeling van de verplichtingen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de ontwikkeling van de rente. Door de renteontwikkeling in november zijn de verplichtingen met 3,2% gedaald. De verplichtingen zijn in november gestegen met 0,1% door overige oorzaken.

Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. Medio juli 2015 heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar.

Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.