Beleidsdekkingsgraad PPF APG bedraagt 101,9%

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gedaald

De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in oktober 2016 gedaald naar 101,9% ten opzichte van eind september toen de beleidsdekkingsgraad 102,3% bedroeg..

Bestuursvoorzitter Alwin Oerlemans: “Wij vinden een stabiel en koopkrachtbestendig pensioen belangrijk, maar ook voor ons pensioenfonds wordt het steeds moeilijker om de pensioenen de komende jaren te verhogen in de huidige rente en rendementsomgeving. Van indexering zal naar verwachting in de eerstkomende jaren geen sprake kunnen zijn.”

In het vervolg van dit bericht leest u wat de oorzaken zijn van de wijziging in de onderliggende dekkingsgraad, welke de basis vormt voor de beleidsdekkingsgraad.

16-11-2016

De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in oktober 2016 gestegen naar 103,0% ten opzichte van eind september toen de dekkingsgraad 100,6% bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind oktober lager ligt dan de dekkingsgraad eind oktober 2015, heeft dit een daling van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad.

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De stijging van de dekkingsgraad komt door de daling van de verplichtingen met 3,9% en de daling van het beschikbaar vermogen met 1,6%.

Het beschikbaar vermogen is met 1,6% gedaald. De ontwikkeling van het beschikbaar vermogen is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. Het fonds behaalde in oktober een negatief beleggingsresultaat. Dat had een negatief effect op het vermogen van circa 0,7%. De waarde van renteswaps is gedaald met 0,9%.

De verplichtingen zijn met 3,9% gedaald. De ontwikkeling van de verplichtingen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de ontwikkeling van de rente. Door de renteontwikkeling in oktober zijn de verplichtingen met 4,0% gedaald. De verplichtingen zijn in oktober gestegen met 0,1% door overige oorzaken.

Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. Medio juli 2015 heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar.

Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.