Beleidsdekkingsgraad PPF APG bedraagt 106,3 %

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gedaald
De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in april 2016 gedaald naar 106,3% ten opzichte van eind maart toen de beleidsdekkingsgraad 107,0% bedroeg. 
 
Verhogen pensioenen wordt moeilijk
Bestuursvoorzitter Alwin Oerlemans: “Wij vinden een stabiel en koopkrachtbestendig pensioen belangrijk, maar ook voor ons pensioenfonds wordt het steeds moeilijker om de pensioenen de komende jaren te verhogen in de huidige rente en rendementsomgeving. Van indexering zal naar verwachting in de eerstkomende jaren geen sprake kunnen zijn.”
 
In het vervolg van dit bericht lees je wat de oorzaken zijn van de wijziging in de onderliggende dekkingsgraad, welke de basis vormt voor de beleidsdekkingsgraad. 
 
Dekkingsgraad is gestegen
De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in april 2016 gestegen naar 102,7% ten opzichte van eind maart toen de dekkingsgraad 100,5% bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind april lager ligt dan een jaar geleden, heeft dit een daling van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad. 

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De stijging van de dekkingsgraad komt doordat de daling van de verplichtingen met 2,6% meer bedraagt dan de daling   van het beschikbaar vermogen met 0,6%. 

Vermogen daalt
Het beschikbaar vermogen is met 0,6% afgenomen. De ontwikkeling van het beschikbaar vermogen is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. Het fonds behaalde in april een positief beleggingsresultaat. Dat had een positief effect op het vermogen van circa 0,3%. Renteswaps zijn in waarde gedaald met 0,9%. 

Verplichtingen dalen
De verplichtingen zijn met 2,6% gedaald. De ontwikkeling van de verplichtingen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de ontwikkeling van de rente. De renteontwikkeling in april heeft geleid tot een daling van de verplichtingen met circa 2,8%. Overige oorzaken hebben geleid tot een stijging van de verplichtingen met circa 0,2%.
 
Dekkingsgraad flink beïnvloed door de Ultimate Forward Rate (UFR) 
Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. Medio juli 2015 heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar.
 
Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.

23-05-2016