Dekkingsgraad van PPF APG bedraagt 107,4% en de beleidsdekkingsgraad 101,8%

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gestegen

De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in december 2016 gestegen naar 101,8% ten opzichte van eind november toen de beleidsdekkingsgraad 101,7% bedroeg.

Werkgeversvoorzitter Marco Brouwer: “Wij vinden een stabiel en koopkrachtbestendig pensioen belangrijk. In 2016 was er sprake van een zeer lage inflatie en dat betekende gelukkig koopkrachtbehoud voor onze deelnemers en gepensioneerden. De beleidsdekkingsgraad van het fonds daalde in de loop van 2016 mede als gevolg van lagere renteniveaus, hetgeen een zorgelijke ontwikkeling is. In het vierde kwartaal van 2016 zagen we als bestuur een opvallende kentering: de maanddekkingsgraad in december steeg naar 107,4%, weer ruim boven de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde over de afgelopen 12 maanden en ligt lager op 101,8%. De komende jaren kan er daardoor waarschijnlijk niet worden geïndexeerd. Dat is pas mogelijk vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110%. Ik verwacht nu dat de eerstkomende jaren uw pensioen niet hoeft te worden verlaagd.”

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

24-01-2017

De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in december 2016 gestegen naar 107,4% ten opzichte van eind november toen de dekkingsgraad 105,5% bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind december 2016 hoger ligt dan de dekkingsgraad eind december 2015, heeft dit een stijging van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad.

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De stijging van de dekkingsgraad ten opzichte van vorige maand komt door de stijging van het beschikbaar vermogen met 2,1% en de stijging van de verplichtingen met 0,3%. .

Het beschikbaar vermogen is met 2,1% gestegen. De ontwikkeling van het beschikbaar vermogen is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en het rendement op beleggingen. Het fonds behaalde in december een positief beleggingsresultaat. Dat had een positief effect op het vermogen van circa 2,1%. De waarde van renteswaps is nagenoeg gelijk gebleven omdat de rente de afgelopen maand nauwelijks is veranderd.

De verplichtingen zijn met 0,3% gestegen. De verplichtingen zijn in december gestegen met 0,3% door ontwikkeling van het deelnemersbestand. Daarnaast is de ontwikkeling van de verplichtingen afhankelijk van de ontwikkeling van de rente. De rente in december is nagenoeg gelijk aan de rente van november met als gevolg dat de wijziging van verplichtingen door de rente nihil is.

Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. Medio juli 2015 heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar.

Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.