Dekkingsgraad van PPF APG bedraagt 111,1% en de beleidsdekkingsgraad 105,0%

De beleidsdekkingsgraad is het 12-maands gemiddelde van de dekkingsgraad. Met ingang van 1 januari 2015 is deze beleidsdekkingsgraad leidend voor het beoordelen van de financiële positie van pensioenfondsen.

Beleidsdekkingsgraad is gestegen

De beleidsdekkingsgraad van het fonds is in april 2017 gestegen ten opzichte van eind maart van 104,3% naar 105,0%.

Werkgeversvoorzitter Marco Brouwer: 'Wij vinden een stabiel en koopkrachtbestendig pensioen belangrijk. In 2016 was er sprake van een zeer lage inflatie en dat betekende gelukkig koopkrachtbehoud voor onze deelnemers en gepensioneerden. De beleidsdekkingsgraad van het fonds is sinds eind 2016 gelukkig geleidelijk aan weer het stijgen na een laagste punt op 101,7% in november 2016. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde over de afgelopen 12 maanden en is nu gestegen naar 105,0% in april 2017. Deze stijging zal de komende maanden waarschijnlijk doorzetten, omdat de maanddekkingsgraad in april 2017 steeg naar 111,1%. Dat is een positieve ontwikkeling. Indexatie is wettelijk mogelijk vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110%. De komende jaren lijkt er waarschijnlijk niet te kunnen worden geïndexeerd. Ik verwacht tevens dat de eerstkomende jaren de pensioenuitkeringen niet hoeven te worden verlaagd.'

In het vervolg van dit bericht leest u wat de oorzaken zijn van de ontwikkeling in de onderliggende dekkingsgraad, die de basis vormt voor de beleidsdekkingsgraad.

19-05-2017

De onderliggende dekkingsgraad van het fonds is in april 2017 gestegen naar 111,1% ten opzichte van eind maart toen de dekkingsgraad 110,5% bedroeg. Doordat de dekkingsgraad eind april 2017 hoger ligt dan de dekkingsgraad per eind april 2016 die uit de 12-maandsmiddeling valt, heeft dit een stijging van de beleidsdekkingsgraad tot gevolg gehad.

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het beschikbare vermogen en de verplichtingen. De verplichtingen zijn alle pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. De stijging van de dekkingsgraad ten opzichte van vorige maand komt door de daling van de verplichtingen met 0,1%. Het beschikbaar vermogen is met 0,4% gestegen. De dekkingsgraad is hierdoor gedurende april 2017 met 0,6%punt gestegen.

De waarde van de renteswaps is gedaald met 0,1%, omdat de rente de afgelopen maand is gestegen. De overige financiële middelen zijn gestegen met 0,5% van het beschikbaar vermogen. Per saldo is het beschikbaar vermogen met 0,4% gestegen.

De waarde van de verplichtingen is met circa 0,3% gedaald als gevolg van de rente die in april is gestegen ten opzichte van de rente eind maart. Daarnaast zijn de verplichtingen met circa 0,2% toegenomen door de ontwikkeling van het deelnemersbestand. Per saldo is de waarde van de verplichtingen met 0,1% gedaald.

Van eind september 2012 tot en met eind december 2014 werden de dekkingsgraden niet met de actuele rente berekend, maar werd er gebruik gemaakt van de UFR en een middeling van de rente over drie maanden. Vanaf 2015 wordt deze middeling niet meer gehanteerd maar worden dekkingsgraden berekend met de actuele rente in combinatie met de UFR. Medio juli 2015 heeft DNB de UFR op een andere manier vastgesteld. De UFR is niet meer gelijk aan een vast percentage van 4,2%, maar afhankelijk van de gemiddelde rente van de afgelopen tien jaar. 

Om een beeld te geven van de invloed van de UFR (en rentemiddeling), wordt in onderstaande grafiek het verschil getoond tussen de dekkingsgraad op marktrente (zonder UFR en zonder rentemiddeling) en de feitelijke dekkingsgraad zoals gerapporteerd aan DNB. In onderstaande grafiek is over de afgelopen maanden de invloed van de UFR (en rentemiddeling tot en met eind 2014) op de dekkingsgraad weergegeven. De rode lijn geeft de marktdekkingsgraad weer.

Grafiek met dekkingsgraad en marktdekkingsgraad