Het pensioenakkoord: veel nog onduidelijk

Na jaren van onderhandelen is er eindelijk een akkoord bereikt rond een nieuw pensioenstelsel. Dit betekent dat het kabinet nu kan beginnen om het akkoord – samen met de sociale partners (werkgevers en werknemers) – uit te werken. Maar wat betekent dit akkoord nu precies voor u als deelnemer? Veel details ontbreken nog maar er zijn ook zaken wél duidelijk. Hieronder vindt u de antwoorden op een aantal vragen waar al duidelijkheid over is.

28-06-2019

Ja, de AOW-leeftijd wordt de komende twee jaar bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Daarna, tussen 2022 en 2024, zal de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Vanaf dat moment stijgt de AOW-leeftijd mee met de levensverwachting in Nederland. Máár: minder snel dan nu. Nu is het zo dat een stijging van de levensverwachting met één jaar ook een stijging van de AOW-leeftijd met één jaar tot gevolg heeft. Door het pensioenakkoord gaat de AOW-leeftijd met acht maanden omhoog bij elk jaar dat we langer leven. Omgerekend naar maanden betekent dit dat als de gemiddelde levensverwachting na 2024 met meer dan 4,5 maanden is gestegen, de AOW-leeftijd met 3 maanden omhoog gaat. Het wetsvoorstel hiervoor is 20 juni aangenomen in de Tweede Kamer en ligt nu voor in de Eerste Kamer. Op de website van de SVB kun je kijken wat het effect van het pensioenakkoord voor jou is op je AOW leeftijd.

In de aanloop naar het nieuwe pensioencontract kan door nieuwe regels de kans op het verlagen van de uitkering bij gepensioneerden en van het opgebouwd pensioen van (gewezen) deelnemers afnemen. Minister Koolmees heeft toegezegd dat pensioenfondsen niet hoeven te verlagen als de dekkingsgraad hoger is dan 100 procent. Die grens lag hoger – namelijk op 104,2 procent. Deze maatregel zal op korte termijn worden ingevoerd. De nieuwe grens van 100 procent zorgt er niet alleen voor dat de kans op verlagen kleiner wordt, maar ook dat deze verlaging een stuk minder is áls er verlaagd moet worden. Het niet hoeven verlagen boven een dekkingsgraad van 100 procent is een mooie stap voorwaarts. Maar of een fonds daadwerkelijk moet verlagen, hangt ook van andere regels af. De kans op verlagen is dus nog wel aanwezig.

Omdat de AOW-leeftijd tijdelijk wordt bevroren, zullen deelnemers die nu 63 en 64 jaar zijn hier op korte termijn het meeste van merken. Hun AOW gaat nu immers acht maanden eerder in dan ze op basis van het huidige stelsel dachten. Voor mensen die nu 61 jaar of jonger zijn, stijgt de AOW-leeftijd wel degelijk. Maar minder snel dan nu.

Het wordt makkelijker gemaakt om een regeling te financieren waarmee de werknemer 3 jaar voor de AOW-leeftijd kan stoppen met werken. De boete die daar nu nog voor werkgevers op staat, komt te vervallen. Per jaar kan de werkgever een bedrag van € 19.000 bruto betalen om in inkomen te voorzien. Betaalt de werkgever meer dan € 19.000? Dan moet de werkgever over het meerdere deel wel een boete betalen. Deze regeling is bedoeld om mensen met een zwaar beroep eerder te kunnen laten stoppen met werken. Een eventuele uittredingsregeling moet op cao-niveau worden afgesproken. Vooralsnog is dit een tijdelijke regeling.

Tot nog toe zijn er alleen voornemens op hoofdlijnen bekend. Het kabinet wil sociale partners de keuze bieden uit twee pensioencontracten, waarbij er meer risico’s bij de deelnemers komen te liggen. Doordat fondsen in het nieuwe stelsel geen buffer meer hoeven op te bouwen, is het mogelijk om tijdens goede economische tijden de pensioenen sneller te verhogen. Tegelijkertijd zorgt dit er ook voor dat er in economisch mindere tijden sneller zal worden verlaagd. Het pensioen zal dus meer gaan fluctueren. Een stuurgroep van kabinet en sociale partners zal de uitwerking van het pensioencontract en de overgang daarnaartoe ter hand nemen. Op het moment dat er meer duidelijkheid over is voor je situatie, laten we dat natuurlijk zo snel mogelijk weten.

De bevriezing van de AOW-leeftijd en de versoepelde regels voor het verlagen van de pensioenen moeten al gaan gelden vanaf 2020. Verder is het akkoord dat er nu ligt, een akkoord op hoofdlijnen. Veel zaken moeten dus nog verder worden uitgewerkt. Nu het akkoord rond is, gaat een stuurgroep van werkgevers, werknemers en de overheid ermee aan de slag. Het kabinet wil vanaf 2022 een wettelijk kader afhebben. Implementatie vindt dan plaats in 2023 of 2024.

Op het moment dat er meer duidelijkheid over is voor je situatie, laten we dat natuurlijk zo snel mogelijk weten.