Ik bouw pensioen op (of heb pensioen opgebouwd)

Dit blijft hetzelfde

Met de nieuwe regels voor pensioen blijft veel hetzelfde:

  • Vanaf de AOW-leeftijd ontvang je AOW van de overheid.
  • Je bouwt samen met je werkgever pensioen op.
  • Je hebt nog steeds keuzes als je met pensioen gaat. Je kunt eerder of later met pensioen gaan, of voor een deel met pensioen gaan (deeltijdpensioen).
  • Zorgen voor elkaar blijft belangrijk. De mee- en tegenvallers delen we met elkaar;
  • Overlijd je? Het partnerpensioen en het wezenpensioen blijven bestaan.
  • Raak je of ben je arbeidsongeschikt? Dan houd je recht op een uitkering: het arbeidsongeschiktheidspensioen. Verder kan het zijn dat je pensioenopbouw (voor een deel) toch doorgaat. Jij en je werkgever hoeven daar geen premie voor te betalen.

En goed om te weten: je krijgt pensioen zolang je leeft, al word je 120. Met elkaar zorgen we ervoor dat iedereen altijd een pensioen krijgt.

Dit verandert er

PPF APG gaat vanaf 1 januari 2025 over op de nieuwe regels voor pensioen. Ook jouw pensioen gaat mee naar deze nieuwe regels. Dit heet ‘invaren’. We rekenen precies uit hoeveel pensioen jij op 1 januari 2025 hebt opgebouwd. Dit doen we voor iedereen die van PPF APG pensioen ontvangt, opbouwt of heeft opgebouwd. Je kunt straks altijd zien hoeveel geld er in jouw pensioenpot zit. En je ziet hoe hoog we verwachten dat jouw pensioen wordt.

In de nieuwe regels krijgt iedere deelnemer een eigen pensioenpot waaruit de pensioenen betaald worden. Het geld in de individuele pensioenpotten wordt nog steeds collectief belegd. Dat levert schaalvoordelen en beter rendement op. Daarnaast delen we de risico’s samen. 

Iedere maand wordt er een deel van jouw brutosalaris opzij gelegd voor jouw pensioen. Jouw werkgever legt daar geld voor jouw pensioen bij. Dit komt samen in jouw pensioenpot. Hiermee bouw je pensioen op en hieruit wordt jouw pensioen later betaald als je met pensioen gaat. Je ziet hoeveel geld er in jouw pensioenpot zit en hoe dit geld meebeweegt met de economie. Ook zie je op hoeveel pensioen je straks waarschijnlijk kunt rekenen. Je kunt het geld niet opnemen, want het is echt bedoeld voor jouw pensioen.

De meeste werknemers hebben nu een pensioenregeling waarbij er afspraken zijn gemaakt over de hoogte van het pensioen. Dit geldt ook voor het pensioen van PPF APG. In de nieuwe regels gaan we uit van een stabiele premie. Dit heet een premieregeling.

  • Voor jouw pensioen bij PPF APG verandert de premie die jij en jouw werkgever betalen niet: deze wordt – net als nu – 27% van jouw pensioengevend salaris.
  • De hoogte van jouw pensioen staat straks niet meer vast, maar beweegt mee met de economie en de resultaten van de beleggingen. Met de solidariteitsreserve vangen we gezamenlijk tegenvallers op (lees daarover meer bij punt 5.)

Het pensioengevend salaris bestaat uit:

  • Het totale jaarlijkse brutosalaris;
  • Vakantiegeld;
  • Variabele inkomensbestanddelen die je in het voorgaande kalenderjaar hebt ontvangen, zoals eventuele in de CAO APG overeengekomen eenmalige uitkeringen, die je in het voorafgaande kalenderjaar hebt ontvangen.

Met de nieuwe regels voor pensioen hoeven de uitvoerders van het pensioen minder hoge reserves aan te houden. Daardoor kan jouw pensioen eerder omhooggaan als het goed gaat met de economie. Als het slecht gaat met de economie kan het pensioen ook omlaaggaan. Om te voorkomen dat jouw pensioen lager wordt, houden we wel een reserve aan: de solidariteitsreserve. Deze reserve is bedoeld om de pensioenen zo stabiel mogelijk te houden.

Ga je met pensioen? Om voor een stabiel pensioen te zorgen, zet PPF APG opzij. Met dit geld wordt een reserve gevormd. Dit noemen we de ‘solidariteitsreserve’. Deze reserve kan tot maximaal 15% van het fondsvermogen van PPF APG worden gevuld. De kans dat jouw pensioen omlaaggaat wordt door de solidariteitsreserve erg klein. Zit het zo erg tegen dat er niet meer voldoende reserve is? Dan wordt jouw ingegane pensioen verlaagd. Ook in de pensioenregels van nu zou in zo’n situatie jouw pensioen lager worden. 

Zoveel zet PPF APG opzij voor de solidariteitsreserve

  • Op 1 januari 2025 gaan we over op de nieuwe regels voor pensioen. We moeten ervoor zorgen dat de reserve op dat moment gevuld is met 5% van het totale vermogen dat we voor de pensioenen in kas hebben (het fondsvermogen).
  • Er mag maximaal 15% van het fondsvermogen in de reserve zitten. Zolang dit maximum nog geen 15% van het fondsvermogen is, vult PPF APG deze aan met een deel van de opbrengst van de beleggingen. Zit er meer dan 15% in de reserve? Dan verdelen we het geld boven de reserve eerlijk en evenwichtig over de pensioenpotten van alle deelnemers.
  • De reserve wordt gevuld met het rendement op de beleggingen. En niet met de premies van de deelnemers. Zo leveren alle groepen deelnemers een bijdrage en profiteren alle deelnemers van de reserve waarmee we dalingen kunnen opvangen.

De verdeling van het vermogen van PPF APG

Als PPF APG op 1 januari 2025 voldoende geld in kas heeft, dan wordt het geld omgerekend naar alle individuele pensioenpotten. Het geld dat over is, wordt verdeeld. Ook daarover hebben we afspraken gemaakt. Dan gaat het geld naar:

  • Het verder vullen van de solidariteitsreserve.
  • Groepen deelnemers waarvoor de overgang minder goed uitpakt dan voor anderen.
  • Het inhalen van gemiste pensioenverhogingen in het verleden ('indexaties').

Het geld in jouw pensioenpot beleggen wij voor je, zodat we meer rendement kunnen maken voor jouw pensioen. Zo zorgen we voor een goed pensioen.

Ben je nog jong? Dan duurt het nog lang voor je met pensioen gaat. We beleggen dan met meer risico voor jou. Er is namelijk nog veel tijd om mogelijke dalingen van de beleggingen weer goed te maken.

Kom je dichter bij jouw pensioendatum? Dan heb je al veel opgebouwd in jouw pensioenpot. Je wil dan meer zekerheid over de hoogte van jouw pensioen nadat je met pensioen gaat. Daarom beleggen we met minder risico. Het rendement op de beleggingen verschilt zo per leeftijdsgroep.

Er zijn ruimere mogelijkheden om meer en langer belastingvrij te sparen als aanvulling op het pensioen:

  • De fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies gaat omhoog. Dat wordt 30% van het inkomen waarmee je spaart voor jouw pensioen. Dat geldt vanaf 1 januari 2023. Voorwaarde is dat je een pensioentekort hebt.
  • Je kunt tot 10 jaar terug gebruik maken van de jaarruimte voor aftrek van lijfrentepremies. Dat was tot nu toe 7 jaar.
  • Je mag tot 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd lijfrentepremie inleggen voor extra lijfrente. Tot nu toe lag die grens bij de AOW-leeftijd.

We zien in de berekeningen dat in feite iedereen erop vooruitgaat. Wel zijn er groepen die er minder op vooruit gaan. Wanneer dat het geval is, mag PPF APG deze groepen compensatie geven. Ook mag PPF APG straks gemiste verhogingen inhalen. De compensatie komt er dan bij in je pensioenpot.

Of we kunnen compenseren hangt af van de volgende situaties:

  • Als de dekkingsgraad op het moment van invaren 110% of hoger is, dan kunnen we alle groepen die erop achteruitgaan geheel of gedeeltelijk compenseren.
  • Als de dekkingsgraad op het moment van invaren tussen 105% en 110% is, dan is er onvoldoende vermogen om alle groepen die erop achteruitgaan volledig te compenseren.
    De compensatie wordt dan gegeven aan de groepen mensen voor wie de overgang het minst gunstig uitpakt.
  • Als de dekkingsgraad op het moment van invaren lager is dan 105% gaan sociale partners met elkaar in gesprek en proberen zij nieuwe afspraken te maken.

Wat betekent dekkingsgraad?

De dekkingsgraad geeft aan of een fonds voldoende geld in kas heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen: het uitkeren van de pensioenen aan de huidige en aan toekomstige gepensioneerden. De dekkingsgraad wordt uitgedrukt in een percentage. De dekkingsgraad van PPF APG vind je hier.

Zorgen voor elkaar. Dat is een belangrijk onderdeel van de nieuwe regels voor pensioen. Net als nu. Risico’s blijven we samen delen. Als je een partner hebt en/of kinderen, dan regelen we een uitkering bij overlijden. Dat is nu zo en dat blijft zo. Hoe hoog dat partner- of wezenpensioen is, hangt af van je eigen situatie. Werk je nog of werk je niet meer? We maken verschil tussen jouw situatie nu en nadat je met pensioen bent gegaan.

Heb je in de oude regeling een nabestaandenpensioen opgebouwd?

De afgelopen jaren is er een aantal veranderingen geweest in het partnerpensioen:

  • Het partnerpensioen dat je vóór 2002 opbouwde, kon je niet uitruilen voor ouderdomspensioen. Het partnerpensioen dat je na 2002 opbouwde, kon je wel uitruilen.
  • Vanaf 1 juli 2021 is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd.

Dit gebeurt er met het nabestaandenpensioen dat je hebt opgebouwd voor jouw (mogelijke) partner en kind(eren):

  • Het opgebouwde nabestaandenpensioen blijft bestaan. En komt bovenop het nabestaandenpensioen in de nieuwe pensioenregeling.
  • Als je opgebouwd nabestaandenpensioen hebt, kun je deze in de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2025 uitruilen voor meer (ouderdoms)pensioen voor jezelf als je met pensioen gaat.

Werk je nog en overlijd je voordat je met pensioen bent?

  • Dan krijgt jouw partner een partnerpensioen. De (risico)uitkering op jaarbasis is gelijk aan 30% van jouw pensioengevend salaris op het moment van overlijden. Hiervoor maakt het niet meer uit hoe lang je werkzaam was. Ook krijgt jouw partner het partnerpensioen dat je tot 1 juli 2021 hebt opgebouwd. Je partner krijgt deze uitkering zolang hij of zij leeft.
  • Heb je op het moment van overlijden kinderen jonger dan 25 jaar? Dan krijgen jouw kinderen ieder een wezenpensioen. Deze uitkering is op jaarbasis gelijk aan 12% van jouw pensioengevend salaris*. Het wezenpensioen wordt uitbetaald tot jouw kind 25 jaar wordt. Het maakt daarbij niet meer uit of jouw kind nog studeert of niet. Het wezenpensioen geldt voor maximaal 5 kinderen. Als er meer kinderen zijn, dan wordt het totaal over hen verdeeld.

    Het pensioengevend salaris bestaat uit: 
  • Het totale jaarlijkse bruto salaris;
  • Vakantiegeld;
  • Variabele inkomensbestanddelen die je in het voorgaande kalanderjaar hebt ontvangen
  • Eventuele in de CAO APG overeengekomen eenmalige uitkeringen, die je in het voorafgaande kalenderjaar hebt ontvangen

Overlijd je nadat je met pensioen bent gegaan?

  • In de huidige regels voor pensioen is er geen partnerpensioen bij overlijden na pensioneren. Dit blijft zo.
  • Net als in de huidige regels voor pensioen kun je jouw pensioen wel omruilen voor een partnerpensioen als je tot 1 juli 2021 een nabestaandenpensioen hebt opgebouwd (uitruil). De hoogte van het partnerpensioen is maximaal 70% van jouw pensioen dat overblijft na de uitruil.
  • In de huidige regels voor pensioen is er geen wezenpensioen bij overlijden na pensioneren. Dit blijft zo.
  • Net als in de huidige regels voor pensioen kun je jouw pensioen wel omruilen voor een wezenpensioen als je tot 1 juli 2021 een nabestaandenpensioen hebt opgebouwd.

Stop je met werken en overlijd je voordat je met pensioen bent?

  • In de huidige regels is er geen nabestaandenpensioen voor jouw partner en kinderen van PPF APG. Dit blijft zo in de nieuwe regels voor pensioen.

Er is wel een nabestaandenpensioen van PPF APG als je:

  • in de huidige regels voor pensioen tot 1 juli 2021 een nabestaandenpensioen hebt opgebouwd.
  • overlijdt binnen 3 maanden nadat je stopt met werken of tijdens de periode dat je een WW-uitkering ontvangt. De dekking eindigt eerder als je binnen 3 maanden na uitdiensttreding bij een andere werkgever werkt of als je pensioen ingaat.
  • Binnen 3 maanden nadat je stopt met werken, kun je bij PPF APG de opbouw van een nabestaandenpensioen vrijwillig voortzetten:
  • Daarbij kan je kiezen voor 25%, 50%, 75% of 100% van het pensioen, zoals deze gold voordat je uit dienst ging en op basis van het pensioengevend salaris. Dit geldt voor een periode van maximaal 3 jaar of 10 jaar voor zzp'ers.
  • Het volledige werkgevers- en werknemersdeel van de premie komt dan voor eigen rekening.

Stel dat je (meer) arbeidsongeschikt wordt en minder gaat werken of helemaal niet meer kan werken. Wat gebeurt er dan met jouw pensioen?

  • Dan hou je recht op een uitkering: het arbeidsongeschiktheidspensioen. Het arbeidsongeschiktheidspensioen is een aanvulling op de WIA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten) tot maximaal 80% van het maximum dagloon. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van in welke mate je arbeidsongeschikt bent.
  • Als je arbeidsongeschikt wordt, kan het zijn dat je pensioenopbouw (voor een deel) toch doorgaat. Jij en je werkgever hoeven daar geen premie voor te betalen.

Ga je uit dienst en treed je in dienst bij een andere werkgever? Dan regelt jouw nieuwe werkgever het partnerpensioen. Het partnerpensioen dat je hebt opgebouwd bij PPF APG kan je overdragen aan het pensioenfonds van jouw nieuwe werkgever.

Ben je gescheiden of ga je scheiden? Het partnerpensioen voor jouw ex-partner kan je niet overdragen aan het pensioenfonds van jouw nieuwe werkgever. Dat blijft bij PPF APG.

Wanneer is iemand een partner volgens de nieuwe regels?

  • Als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt.
  • Als je samenwoont maar niet getrouwd bent, en hiervan een verklaring hebt die jullie allebei hebben ondertekend. Het is niet langer nodig een samenlevingscontract op te sturen. Je moet jouw partner nog wel bij ons aanmelden in Mijn PPF APG.

Je kan jouw pensioen 10 jaar voor jouw AOW-leeftijd laten ingaan.

In de huidige regels voor pensioen kon je vanaf je 57e jaar met pensioen gaan. In de nieuwe regels wordt dat officieel 10 jaar voor jouw AOW-leeftijd. Dit geldt ook voor het pensioen dat je via eerdere werkgevers hebt opgebouwd. Op mijnpensioenoverzicht.nl kun je zien waar je precies pensioen hebt opgebouwd. Op deze site kunt u zien wat uw AOW-leeftijd is.

Op de hoogte blijven?

Ook in onze nieuwsbrief houden we je op de hoogte over het vernieuwde pensioenstelsel. Ontvang je deze nog niet? Meld je dan nu aan.